november 2012

Aopa Magazine plaatste een prachtig verslag van de onverwachte gastvrijheid tijdens het rondvliegen in Zweden

Vliegen als Alice in Wonderland

Tijdens het taxiën zag ik de eerste: een kleine pot met drie gele bloeiende bloemen. Al snel volgde de volgende pot bloemen. De vrolijke markering van de taxibaan strekte zich voor me uit. Vliegveld Bunge (ESVB) op Gottland wordt sinds tien jaar beheerd door het Zweedse echtpaar Gert en Inger Martinson. Elke dag wandelt Inger langs de taxibaan om deze bijzondere markering te onderhouden, ofwel: te bewateren.

Aangekomen bij de hangar gebaarde een man met een handheld mij naar binnen te gaan. Het was Gert, op dat moment in de functie van verkeersleiding. In de hangar stonden drie straaljagers in volle glorie te pronken. “Zet je kist er maar naast”, gebaarde Gert met zijn handheld. En zo begon mijn Alice in Wonderland ervaring in Zweden.

De kleine vliegvelden van Zweden worden bevolkt met mensen wier leven bestaat uit vliegen. Hun leven speelt zich voornamelijk af op deze kleine velden, zonder dat wereldse gebeurtenissen daar grip op lijken te hebben. Zo slapen Gert en Inger boven in de verkeerstoren. Mocht dat een merkwaardige slaapplaats zijn, voorheen sliepen zij in een van hun twee Antonovs. Deze mensen met hun stugge nuchterheid zijn tegelijkertijd warm en uiterst gastvrij.

Nadat Gert een legerbed liet zien in de hangar, bood hij zijn auto te leen aan, zodat ik in het dorp wat kon eten. Ik was aangenaam verrast dat Gert zo begaan was met mij; zijn begrip dat ik na een lange dag vliegen wel moe en hongerig zou zijn. Zonder een woord teveel te zeggen, toonde hij de zorgzaamheid van een moeder die precies weet wat haar kinderen nodig hebben.

Dit warme moederland zou mij nogmaals aan haar boezem drukken. Na een tocht door Europa kwam ik andermaal in Zweden. Deze keer was ik onderweg naar de Noordkaap en kon ik het onderhoud aan mijn toestel in Zweden laten doen. Via Gert en Inger had ik namelijk ene Claes ontmoet. En deze Claes liet mij weten dat ik Henrik moest bellen. Henrik kende weer een IJslander, Benny geheten, die het materiaal had voor de onderhoudsbeurt. Ik bleek terecht gekomen in een uitstekend netwerk van vliegexperts. Om Henrik te ontmoeten en voor een bezoek aan Stockholm, vloog ik eerst over een stil landschap naar Skå Edeby (ESSE). Groene velden en donkere bossen wisselden af met grijze meren. Een onheilspellende bui dreef mijn kant uit. Ik tuurde tussen al dat grijzig groen zoekend naar de landingsbanen. Dat was nog niet zo eenvoudig. In de oorlog was dit een geheim veldje: de grasbanen waren nauwelijks te onderscheiden en de gebouwen en loodsen leken op boerderijen. Mijn landing werd net zo persoonlijk begeleid als destijds bij Gert. Langs de taxibaan kwam Henrik aanrijden in zijn open jeep, pratend in een handheld. Bij de hangar pronkte een Antonov en binnen werden Tiger Moths gerestaureerd. De bui was ondertussen genaderd en liet een stortvloed aan water los. En terwijl ik hartelijk werd ontvangen, verschool Henrik zich in zijn open jeep onder een, van het clubhuis geleende, parasol.

Later vloog ik van Skå Edeby naar Johannisberg (ESSX) en zag vanuit de lucht een vliegveld met straaljagers; ik vermoedde daar een museum. Mijn vermoeden werd later bevestigd, want basis Västerås Flygmuseum (ESOW) herbergt enkele bijzondere stukken.

Het onderhoud van mijn kist ging nu van start.

Plotseling duikelde er een gele Phyton door de lucht. Deze aerobaat is gemaakt voor luchtschrijven en kunstvliegen, geschikt voor wingwalking en kan verticaal in de lucht hangen met de propeller naar boven. Het toestel gaf een gratis show weg, zette de daling in en landde ook op Johannisberg, waarna eigenaar Jacob aan het toestel ging sleutelen. Blijkbaar is dit de plek waar gesleuteld wordt en iedereen in dit vliegwereldje weet dat te vinden.

Benny de IJslander gaf nog een staaltje stugge gastvrijheid weg. Na een dag amper een woord te wisselen, nodigde hij mij uit voor een maaltijd en een slaapplaats bij hem thuis.

De volgende dag parkeerde een blauw-witte De Havilland DH114 Heron bij de loods van Benny de IJslander. Het omgebouwde en gemoderniseerde toestel heeft als basis Västerås Flygmuseum, waar ik overheen was gevlogen. De altijd olie lekkende DH Gypsi-motoren waren voorheen vervangen door betrouwbare zescilinder motoren van Amerikaanse makelij en na toestemming om dit multi-pilot toestel te vliegen met slechts een piloot, kozen piloot en toestel zo nu en dan het luchtruim. Zoals ook nu het geval was.

Piloot Jan snuffelde wat in de loods en ik zag kans het toestel digitaal te vereeuwigen. Joviaal nodigde Jan me uit voor een vlucht in de De Havilland en ondanks tijdgebrek in mijn vliegschema kon ik dit aanbod niet weigeren. Een kans uit duizenden, want na een benzine check was het mijn beurt om dit wonderbaarlijke toestel te besturen. Na een half uurtje vliegen over meren en bossen, parkeerde Jan de kist bij het museum. Jacob zou mij, helaas niet met de gele Phyton, weer terugbrengen. Na deze bijzondere ontmoetingen in een hechte vlieggemeenschap vervolgde ik mijn reis richting Noordkaap.